About Herman van Nazareth_NL

Herman van Nazareth – °Belgium 1936
Opleiding:

1961 – 1962 Schreef zich in aan de Koninklijke Academie te Gent
1962 – 1963 Schreef zich in aan de Koninklijke Academie te Antwerpen
1963 Persoonlijke assistent van Floris Jespers gedurende een paar maanden
1965 – 1967 Michaelis school of Fine Arts, Universiteit Kaapstad, Zuid-Afrika

Awards:
1963 Emiel Borst Prize, Academiy Ghent, Belgium
1966 Honourable Mention,  South-African Art Today, Durban, South Africa

1967 Prize at the Cape Salon, Cape Town, South Africa

1972 Campo, Special Prize of the Royal Academy of Fine Art, Antwerp, Belgium

1973 bronze medal at ‘Europaprijs voor Schilderkunst’, Ostend, Belgium

1974

KUNST IS NIETS ANDERS DAN LEREN ZIEN
Herman op zoek naar stijl (1960-1965)
Begin jaren ’60 gaat Herman Van Nazareth begeesterd aan de slag met het schilderen van stillevens en landschappen. Met zijn wortels ingebed in de streek van Sint-Martens-Latem en Deurle zet hij zijn eigen handtekening op de heersende kunst in het kielzog van de Vlaamse expressionisten.
Als jonge kunstenaar schoolt hij zich schilderkundig zowel aan de Gentse Academie (1961-1962) als aan de Antwerpse Academie (1963-1964). Aan het eerste onderricht meent hij niet veel te hebben opgestoken, maar verdient hij een prijs voor zijn ‘stilleven’. Herman zoekt zich een weg om zicht te onderscheiden van andere leerlingen door zijn onconventionele methoden. Hoewel deze teneur niet iedereen bekoort, wordt de jonge kunstenaar in Antwerpen enorm naar waarde geschat door Carlo De Roover die een eervol en ruim zicht had op ‘kunst en haar waarde’. Ondertussen moet zijn kunstopleiding bekostigd worden en daarvoor dient heel wat arbeid te worden verzet. ‘Ik heb voor alles een prijs betaald’, zegt hij zelf. Gedrevenheid, vastberadenheid en levenslust zijn tot op heden een bewijs dat hij zichzelf en de buitenwereld heeft uitgedaagd in zijn queeste naar een volleerd kunstenaarschap.
De ontmoeting met de onverzettelijke kunstenaar Floris Jespers, geeft het levenspad van Herman een andere richting. De kunstschool bewust voorbij, start hij in 1964 als assistent van Jespers. Deze wending is voor de persoon Herman een zegen maar biedt bovenal grote diepgang in de evolutie van zijn werk. Floris Jespers brengt Herman (nog meer) vastberadenheid bij, de stiel van het vak maar in de eerste plaats, leert hij de prille kunstenaar kijken en zien. Iets wat in zijn hele verdere oeuvre voelbaar zal blijven. Hij schildert in die periode vooral portretten, figuren en landschappen met perfecte beheersing van veel kleur en vorm. Natuur blijft een allesomvattend vertrekpunt.
Ik heb niets tegen recht maar wel tegen voorrecht en onrecht
Op zoek naar erkenning (1965-1977), Zuid-Afrika
‘De geest leeft van het toeval, maar hij moet het wel grijpen’ (Canetti). Het is dat gelukkig toeval dat Herman in 1965 grijpt toen hem een studiebeurs in Zuid-Afrika werd aangeboden. Getroffen door de dominante politieke heerschappij, krijgen zijn werken op natuurlijke en ongeveinsde wijze een veelomvattende maatschappelijke en universele thematiek. Het opgebouwde schilderkunstigen oeuvre is de vrucht van een intens verzet tegen elke vorm van machtsmisbruik, corruptie, wreedheid, uitbuiting en onverdraagzaamheid. ‘Bloedroem’ en de ‘Famous General’ zijn de eerste en wellicht de meest omstreden toonbeelden van een reeks volgende soortgelijke portretten die de perceptie van kunst in het verscheurde Zuid-Afrika in een totaal andere richting duwen. Hij wordt qua stijl voorloper van humanitair engagement in de kunst, qua vormgeving past hij een figuratie toe waarop Marlene Dumas zich jaren later zal inspireren.
De kunstzinnige dadendrang van de Vlaamse kunstenaar in Zuid-Afrika laat zich merken in zijn wil zoveel mogelijk disciplines van het vak te beheersen. Zijn monotypes weerspiegelen zijn drijfveer, vooral dan in zijn grip op technische perfectie. Zijn erotische landschappen verwoorden emotionele impulsen. De kleine landschappen zijn een dankbare broodwinning. In 1965 bekwaamt hij zich aan de Michaelis School of FIne Art in Kaapstad aan beeldhouwen.
De gemoedstoestand van zijn werken hebben een soortelijke eigenheid: dezelfde kritische toon van machteloosheid valt te lezen in identiteitsloze gezagsfiguren, zij het twee- al dan niet drie-dimensioneel. Kortom, verzet en opstand, (on)macht in ontelbare vormen en kleuren. Zijn spraakmakende reeks ‘maskers’ werd veelvuldig tentoongesteld in binnen-en buitenland.
Ondertussen blijkt opnieuw dat niet de noodzaak maar het toeval vol beroering is. Zijn werk is immpers ook de veelbesproken Zuid-Afrikaanse dichteres Ingrid Jonker niet ontgaan. Met een turbulente en omstreden levensloop, behoort ze tot de kunstenaarsbeweging van de ‘Sestigers’, die het censuurbeleid driftig weert. Na haar ontmoeting met Herman in 1965, noteert ze vol ontzag in haar dagboek: ‘Ek staan voor die skoone, heldere gees als ‘n veroordeelde’. Snel ontwikkelt zich een korte maar intense band tussen de twee. Haar tragische zelfmoord laat de kunstenaar een hele poos verweesd en inspiratieloos achter.
Hoewel zijn werk binnen bepaalde kringen van kunstkenners een onontgonnen erkenning geniet, is de machtsgreep van de gereformeerde ker in die tijdsgeest sterk. Het protest tegen apartheid wordt fel onderdrukt, wat ertoe leidt dat ook zijn werk het voorwerp van censuur wordt. Er komt ook verzet van de gevestigde kunstenaars, waarbij enkele van zijn werken worden gestolen en uiteindelijk vernield. De bijzondere artistieke identiteit, en diversiteit van Herman, geeft de indommelende kunst in Zuid-Afrika een meedogenloze oorveeg. Kunst had er voorheen een overwegende decoratieve functie (‘in SA tel prentjies, nie kuns’).
Ik ben een kind van mijn vader, een man van weinig woorden
Op zoek naar materie (vanaf 1978)
Herman Van Nazareth blikt op zijn periode in Zuid-Afrika terug met de woorden: ‘Ik kan zeggen dat mijn kunst in Zuid-Afrika tot volwassenheid is gegroeid, dat ze een volwaardige richting is ingeslagen en potentieel biedt, dat mij een grote verantwoordelijkheid geeft’.
Tot 1976 blijft hij haast permanent in Zuid-Afrika. In 1978 keert hij terug naar België maar behoudt tot de dag van vandaag zijn ‘twee-eenheid’ door veelvuldig en lang verblijf daar.
De rode draad doorheen zijn werk, zij het in België of in Zuid-Afrika, is zijn bestendige bekommernis om en zijn verontwaardiging over het ‘menselijk tekort’. Om het even of het om schuldigen of om slachtoffers van dat ‘tekort’ gaat. Dit idee blijft ook niet beperkt tot de jaren zestig maar doordringt zijn hele oeuvre, zijn leven. Zijn wijsheden ‘bezit doet arm leven’ en ‘je bent jezelf een leven verschuldigd’, onthullen dat authenticiteit en zelfrespect voor deze kunstenaar ver boven materiële welvaart staan.
Terug in België experimenteert hij verder met de ‘kunst van het weglaten’ maar deze keer zoekt hij zich een weg via een weloverwogen keuze aan materialen. Naamloosheid en soberheid blijven zijn handtekening. Het bewerken van ruwe en massieve marmer tot volmaakt gepolijste sculpturen, schenkt hem begin jaren ’80 de gelegenheid tot creatie van pure ruimtelijke esthetiek. Midden jaren ’80 vindt hij in plexiglas een uitdaging waarbij het lichtspel de toegevoegde waarde biedt. In 1987 combineert hij eenvoud en vernieuwing in zijn monumentaal en geometrisch getint werk door het gebruik van koper, ijzer en cortenstaal. In zijn hedendaagse beelden keert hij terug naar de oervormen uit de jaren ’60 waarbij zijn beelden(groepen) terug aansluiten bij zijn schilderkunstig werk. Inhoudelijk echter heeft de kunstenaar zijn verzet van voorheen ingeruild door stilte, ingetogenheid en tederheid.
Zijn volledige oeuvre kan zonder aarzeling tijdloos genoemd worden, omwille van de universele problematiek maar ook omwille van zijn bewuste vasthoudendheid aan het metier. Een resultaat dat zowel de kunstenaar als het publiek raakt, wan wat en hoeveel we ook zoeken, we vinden nooit iets anders dan onzelf.

Valerie Van Damme